Ja. Ik verhuis. Veel te plots naar mijn planning maar ondertussen heb ik er – min of meer – vrede met gesloten. Meer zelfs, ik heb het niet alleen geaccepteerd, ik kijk er hoe langer hoe meer naar uit. Het contract is getekend, de meubels zijn besteld (en gelukkig bijna allemaal in stock), volgende maand komt de verhuis. Eindelijk alleen. Met twee. Maar…
Hoe ik die dag(en) stressloos ga overleven weet ik nog niet. Er bestaat geen planner die me enige rust zal brengen in de onoverzichtelijke hysterie die voor gewone stervelingen gewoon verhuis heet. Het enige dat ik mezelf voorhoud, is dat ik krokusvakantie heb. Ik heb tijd. Ik ga het kunnen, zélfs zonder vierkante tafel of turquoise tapijt. En daar begint mijn eerste verhaal.
De ingrediënten
Men neme een overvolle IKEA op een gewone zaterdagmiddag. Een IKEA waar je, om parkeerplaats te vinden, uiteraard dertig keer moet rondrijden door smalle gangen dankzij auto’s die daar al helemaal niet horen te staan. Dat alleen al is genoeg om mij tegenwoordig slecht gezind te krijgen. Ik haat de IKEA. Zéker tijdens de niet-office hours!
Voeg daar aan toe een kordaat Lief die bovendien ook de budgettouwtjes stevig in handen houdt (applaus). Mix beide met mezelf. De eeuwige en immer charmante twijfelaarster. Nog een snuifje huilende kinderen en het recept voor Doomsday is compleet.
Onweersgehalte bij binnengaan IKEA: *** (op een schaal van 5 uiteraard)
Scène 1: De schoenenkast
‘t Lief heeft al uitgemaakt dat het
- niet veel mag kosten
- veel schoenen moet kunnen uitstallen
- en liefst in de typische bachelorstijl (lees veel staal en wat zwart rubber)
Ik
- heb geen flauw idee wat ik wil buiten dat het niet zo een stalen rek wordt
- weet dat ik liever € 100 meer spendeer aan iets mooi dan € 20 aan een doorn in mijn oog
Wat gebeurt er? Er wordt vleitig van de ene kast naar de andere gesprongen. Het Lief met een hele verdediging pro het afschuwelijke schoenenrek en ik met een gezicht dat steeds meer op onweer komt te staan omdat ik geen heel epistel kan afsteken waarom ik nu niet die ene kast graag zie. Na een -wat leek- half uur te aanhoren dat mijn favoriet voor hem lelijk is én te duur in vergelijking met, druip ik af. Ik heb al geen zin meer in het schoenenrek en al helemaal geen zin meer in een verdediging.
Maar dan komt het. Het Lief:” Ja, neem die kast dan mee. Ik ben geen moeilijke mens, kies maar.” Nu het kan wel zijn dat mijn vriend inderdaad mij het meeste laat kiezen, tegen dit kan ik niet. Dertig keer ‘nee’ zeggen en dan uiteindelijk ‘ja’ zeggen om niet langer achter een schoenenrek te moeten zoeken…
Onweersgehalte: ****
Scène 2: De voorraadpot
Het Lief
- is een stukje verder de boel aan het verkennen
Ik
- zie iets staan dat op mijn lijstje staat en
- denk “aha, dan kan ik toch misschien iets schrappen” gevolgd door
- “Oh, cool. Oldskool voorraadspotten” en terwijl ik me draai
- “Oh nee. Moderne potten.” Aangevuld door
- “Ga weg bleitende peuters.”
Beeld u in. Ik sta aan het rek van de voorraadpotten. Links staan moderne varianten, rechts staan zo typisch jaren ’50 potten. U weet wel met zo klemmetjes. Het Lief komt bij me staan, kijkt en knikt. Ik neem een vast bekijk het grondig. Het Lief begint met zijn -reeds gebruikelijke én onstopbaar – kruisverhoor: “Hebben we dat nu al nodig? Voor wat hebt ge dat eigenlijk nodig? Waar gaat ge dat stellen? Hoeveel moet je er hebben? Dat is toch niet nodig? Er zijn belangrijke zaken die we moeten zoeken (nvdr, zoals een schoenenkast).”
Na twintig keer van pot te verandering en het Lief duidelijk te maken dat ik knetter kom van zijn gedrag – terwijl ik weet dat winkelen met een twijfelaar absoluut niet plezant is- houdt hij gewoon de zak open telkens ik iets vastpak. Gewoon een teken om te zeggen:” Smijt het er maar in, we pakken het wel mee.”
Maar ook dat soort gedrag maakt mij niet gelukkiger. Gevolg onweersgehalte ***** (jaja, 6 sterren!)
Afsluiter
Het zal u dan waarschijnlijk ook verbazen dat we zowel een tapijt vonden (weliswaar niet het turquoise waar ik zo van droomde, turquoise is blijkbaar niet in in de tapijtenmode) als nachtkastlampjes. Nog zoiets waarvoor ik meerdere keren heb moeten vechten want: “Ja maar, wij hebben toch beide een nachtkastlampje?”
En u?
Tell me, gaat dat er bij u ook zo aan toe? Ben ik echt zo onuitstaanbaar? Ik verdenk de IKEA. En die bleiters. En het gebrek aan parking. En de overload aan keuze.
Wat denkt u?























































